zondag 14 december 2014

Body Count - Manslaughter

Back in the nineties, toen tegen meisjes praten science fiction leek en we pixelachtige shooters speelden op gigantische amorfe kasten met schermen die al na twee minuten je ogen onherroepelijk beschadigden, met andere woorden toen ik een jaar of dertien was, waren de bandleden van Body Count mijn muzikale goden.

Hun eerste twee cd's, het eponieme "Body Count" en de opvolger "Born Dead", waren compromisloze albums tsjokvol snoeiharde hard rock riffs, falsetschreeuwen en strakke drum solo's. De nummers hadden lyrics die een black Robin Hood-boodschap brachten die me recht in mijn rebellerende tienerziel raakten. Vooral het nummer "Body Count", op de eerste cd "Body Count" (ze vonden hun bandnaam blijkbaar echt een geniale vondst) laat ik zelfs vandaag nog zo nu en dan nog eens in mijn oren stromen om dat oude pubergevoel van bevrijding door muziek in me te laten opwellen.

"The world's insane/ while you drink champagne/ and I'm living in black rain. Can't you hear the guns/ you stupid dick sucking plump politicians?"

Toegegeven, subtiel was frontman Ice-T nooit en nummers als het van de eerste cd gebande "cop killer" en het minstens even gewelddadige maar minder politiek geladen "momma's gotta die tonight" waren in retrospectieve idiote lofzangen aan bruut geweld. De zanger verwoordde desondanks zijn gebrek aan of misschien net door zijn gebrek aan verfijndheid de stem van een generatie tieners op een manier die zowel onze hormonale drang om als gekken stoom af te laten op muziek als ons onontwikkeld gevoel voor sociale rechtvaardigheid aanspraken.

Dat muzikaal opzwepende element hebben ze op het nieuwe album "manslaughter", na het duffe "murder 4 hire" weliswaar terug kunnen brengen, de riffs, drums en zangpartijen doen me terugdenken aan ver vervlogen tijden, maar het lyrische element is helaas zo vreselijk dat het haast opzettelijke satire lijkt (zou het?). Het lijkt erop dat Ice-T te lang samen met zijn bimbo-esque vrouw Coco (voor wie denkt dat dit een sexist slur is, google haar maar eens) in de villawijken van L.A. heeft gewoond. Op dit album klaagt hij onder andere over mensen die hem niet op zijn X-box laten spelen (I just want to kill motherfuckers on my X-box, bitch), die hem dissen op twitter en andere sociale media (talk shit, get shot), die werkloos zijn en leven van uitkeringen (I got a problem too, I keep feeding you), over vrouwen die aan hardcore pitfighting doen (there's a bitch in the pit), over de "helden" die in buitenlandse oorlogen mensen zijn gaan kapotschieten (I will always love you), et cetera... De zwarte Robin Hood van South-Central is dood en begraven; de teksten lijken eerder geschreven door een blank stuk trailer park-uitschot met een populistisch rechtse agenda. Toppunt van onnozelheid bereikt de zanger met zijn diverse spoken word rants in het nummer "institutionalized", waarvan ik jullie de 'beste' zeker niet wil onthouden:

"the other day i go on the internet
im just trying to check my email
so I put in my password
it says I have an invalid password
I know my fuckin password
so then it says go to customer service
so I get on customer service
I start talking to this dude
this motherfucker sounds like he's from india or some shit
he says to me
what's your first dog's name
i dont know what my fuckin first dogs name was
what the fucks the matter wit you
i just want my password
gimme my fuckin password
so then he ends up giving me my password
and he says
your password has been sent to your email address
im like i cant get in my email address
what about cant get in my email address do you not"
(Deze tekst is gekopieerd van een lyrics-website, mijn excuses voor de slechte spelling.)

Ik vrees dat dit uiterst onnozele en misleide album mijn appreciatie voor de eerdere albums zal besmetten en dat ik tijdens het beluisteren van de klassieker van de band het beeld van een bange dikzak in zijn luxueuze villa die dit album bij me oproept niet meer van me zal kunnen afschudden. Noem dit het Urbanus-effect. Als er iemand mij zou aanbieden om "eternal sunshine of the spotless mind"-gewijs het stukje van mijn geheugen dat de informatie over dit album bevat te wissen, ik zou het aanbod zeker aannemen. Volwassen worden is al zo kut, ik heb mijn romantische verzetshelden van weleer nodig of ik verdrink helemaal in de weemoed. Maar dat zal Ice-T in zijn zwembad vol dollarbiljetten wellicht niet aan zijn hart laten komen, hij heeft uiteindelijk zijn droom van twintig jaar geleden verwezenlijk; hij kan doen wat hij wil zonder dat er ook nog maar één white guy ooit iets over hem te zeggen zal hebben. Alleen jammer dat hij daarvoor zo'n vreselijke kutkop moest worden.

vrijdag 10 oktober 2014

Termenlijst Aikido

Er bestaan veel uitgebreide lijsten met vertalingen van aan Aikido gerelateerde termen, en sommige vermelden ook de kanji erbij. Deze lijst heeft de pretentie van zich te onderscheiden van deze andere lijsten door de precisie qua vertaling en de aandacht voor de bredere historische en filosofische context van bepaalde van de termen.

Ai 合い:Samenkomen, samen passen
Ai-hanmi 相半身: Drukt relatie van tori en uke uit, allebei met zelfde voet naar voren. (Lett. gemeenschappelijke lichaamshelft.)
Budou 武道: De weg van de wapens, de krijgskunsten
Bushidou 武士道: De weg van de krijger.
Chikara 力: Kracht, vaak bedoeld in de zin van fysieke spierkracht. In aikido probeert men het gebruik van kracht tegen kracht te vermijden. Wordt in samenstellingen ook als ryoku gelezen, zie kokyuuryoku.
Choku tsuki 直突き:Rechte slag naar de plexus (Lett. onmiddellijke slag.)
Chuudan tsuki 中段突き: Rechte slag naar de plexus. (Lett. slag naar het middelste niveau.)
En 円: Zie Maru 丸 
Dou 道: Dit karakter betekent letterlijk "weg" en symboliseert de 'juiste' weg die men moet afleggen om een doel te bereiken. In de Chinese filosofische traditie leest men het karakter als dao en speelt het een belangrijke rol in vele stromingen, vooral in het Daoïsme. In het daoïsme heeft deze weg alles te maken met wu wei 無爲 ,de filosofisch-religieuze praktijk van het niet-handelen. Aikidou 合気道 kan men tegenover aikijutsu 合気術 zetten, waarbij het laatste een aan Aikido verwante krijgskunst is die zich eerder richt op de technieken 術 dan op de weg die het geheel begeleidt.
Eri-dori 襟取り : Grijpen van de kraag 
Gyaku-hanmi 逆半身: Drukt relatie van tori en uke uit, elk met andere voet naar voren. (Lett. tegenovergestelde lichaamshelft.)
Haishin undou 背身運動: (Lett: Rug (kanji 1) Lichaam (kanji 2) Oefening (Kanji 3+4)) Dit is een stretchoefening waarbij beide uke beide polsen van tori grijpt (zie ryoute-dori) en tori vervolgens 180 graden indraait om de rug van uke op zijn rug te heffen en deze te stretchen. 
Hakama 袴 : Formele, geplooide rok voor mannen.
Hassou 八相: Een van de vijf houdingen (kamae 構え) bij Japans schermen. Bij hassou wordt net zoals bij joudan (上段) het zwaard hoog gehouden, maar in tegenstelling tot bij die laatste houding houdt men bij hassou het zwaard verticaal naast het hoofd, wat handig is als men een helm draagt die het zicht sowieso al belemmert. Hassou betekent letterlijk "achtvorm", wat zou verklaard worden door de achtvorm van het Sino-Japanse cijfer voor acht (八) dat de ellebogen maken. Men schrijft de kanji ook soms als 八双. Alternatieve namen zijn kamae van de achterkant 陰の構え en boom-kamae木の構え.
Hijikime osae 肘極め押さえ: Lett. neerwaartse pin op het uiterste punt van de elleboog. Beweging waarbij de arm van uke in een verticale positie gebracht wordt terwijl tori een inwaartse torsie op de de elleboog uitoefent. Door deze samenwerking van krachten wordt uke naar de grond gebracht.
Ikkyou 一教: Betekent eerste techniek of eerste leervorm, en is een beweging die uke naar de grond brengt door middel van een greep met de ene hand aan de pols en de andere hand aan de elleboog. Een meer inhoudelijke naam voor de techniek is ude osae 腕抑え, de armonderdrukking.
Irimi 入り身: Beweging waarbij men op directe manier binnenkomt om een techniek uit te voeren, in tegenstelling tot het tegengestelde begrip tenkan (転換) waarbij men het centrum van de aanvaller eerder indirect gaat binnentreden. Letterlijk betekent irimi "binnengetreden lichaam", een nogal plastische metafoor voor de directe ingang die men in het centrum van uke tracht te maken. Tenkan en Irimi worden vaak voorgesteld als pendanten van het donkere, zwichtende yin (陰) en het zonnige, harde yang (陽) uit de Chinese Daoïstische filosofie.
Joudan-tsuki 上段突き: Rechte vuistslag naar het gezicht.
Katate-dori 片手取り: Eén hand grijpt naar de pols.
Kata 形: Betekent "vorm" en duidt meestal op een reeks bewegingen die door de orthodoxie van een tak van een gevechtssport zijn vastgelegd als leervorm.
Kata-dori 肩取り: Eén hand grijpt naar de schouder.
Kata-dori men-uchi 肩取り面打ち: Een hand grijpt naar de schouder, andere hand geeft een  slag.
Ki 気: De vitale energie die het lichaam doorstroomt en waarvan in Aikido en andere Oosterse gevechtsporten gebruik gemaakt wordt als principe van kracht. De Japanners leenden de term van het klassiek Chinese begrip Qì (氣). Het filosofische begrip had al een zeker belang bij de klassieke confucianisten en bij de Daoïstische meester Zhuang zi (莊子) maar werd toch vooral belangrijk bij de meer transcendentaal gerichte neo-confucianisten die vanaf de 7e eeuw n.c. belangrijk werden in China.
Kiri otoshi 切り落し: (Letterlijk: snijdende val, waarbij otosu (doen vallen) de transitieve versie is van het intransitieve ochiru (vallen)) Een worp die afgeleidt is van een zwaardbeweging waarbij men het zwaard boven het hoofd brengt en in rechte verticale lijn naar beneden snijdt. Bij de wapenloze techniek voert tori deze snijdende beweging met beide handen uit en brengt uke uit zijn evenwicht door de zwaardhanden aan wederzijden van de nek naar beneden te brengen. In aikido wordt deze worp meestal in de praktijk gebracht aan de rugzijde van uke, maar bij kendo is dit de meest basale zwaardbeweging die men bij een frontale aanval of verdediging kan uitvoeren.
Kokyuunage 呼吸投げ: (Letterlijk: ademhalingsworp). Dit is een worp waarbij gebruik gemaakt wordt van de ademhalingskrachtom de aanval van uke om te buigen en niet van spierkracht of van een klem. Zie ook kokyuuryoku.
Kokyuuryoku 呼吸力: Deze term betekent letterlijk 'ademhalingskracht' (eerste twee kanji "ademhaling", tweede "kracht") en is van essentieel belang in de basisfilosofie rond ki en harmonie in aikido. Een vaardig aikidoka gebruikt zijn ademhalingskracht om de kracht die uke op hem gebruikt om te buigen. Er is een lange traditie van discussie over deze ademhalingskracht en over welk mechanisme er nu precies achter zit, of het gaat om de ademhaling als spier, om het bundelen van de kracht in een punt, over het aanspreken van onbewuste krachten, et cetera...
Kotegaeshi 小手返し: Lett. draaiing van de onderarm. Techniek waarbij de pols van uke naar haar toegedraaid wordt en er door de torsie dan wel een pintechniek of een worp ontstaat.
Kubishime 首絞め: Lett. nekwurging. Een techniek waarbij uke achter tori komt te staan, haar bij één pols vastneemt en met de andere hand de kraag rond de nek van tori wringt.
Kumijou 組杖: Betekent letterlijk "sets (met de) staf"; een reeks bewegingen van uke en tori met de jou.
Maru 丸: Deze term betekent "cirkel" en wordt gebruikt in verschillende contexten in Aikido. Het gebruik gaat terug op het begrippentrio sankaku, maru, shikaku van Ousensei. Alternatieve woorden hiervoor zijn En 円 en Enkei 円形 
Mokusou 黙想: De kanji betekenen respectievelijk "stilte" en "gedachte", dus het complexe begrip kan vertaald worden als "stille contemplatie", of meer gangbaar als "meditatie". Mokusou staat in verband met het van het zenboeddhisme afkomstige mushin 無心, wat letterlijk "geen geest" wil zeggen. De staat van mushin, waarin men vrij is van hinderlijke emoties zoals angst of kwaadheid, wordt in vele Japanse gevechtssporten en krijgskunsten als een vereiste gezien om tot een hoog niveau te kunnen komen.
Morote-dori 諸手取り : Beide handen grijpen één arm/pols.
Mune-dori 胸取り : Een hand grijpt de revers, ter hoogte van de borst.
Mune-tsuki  胸突き : Rechte vuistslag naar de borst.
Nikkyou 二教: Betekent tweede techniek, en is een beweging die uke naar de grond brengt door middel van een klem op de pols waarbij een torsie bewerkstelligd wordt. Een meer inhoudelijke naam voor de techniek is kote mawashi 小手回し, torsie/omwringen van de voorarm. 
Onegaishimasu 御願いします: Dit wordt gezegd aan het begin van een aikidotraining en betekent letterlijk "ik vraag zeer eerbiedig". De uitdrukking bestaat uit drie onderdelen: het prefix o dat respect uitdrukt, de substantiefvorm van het werkwoord negau wat een plechtige vorm om iets te vragen is en de beleefde -masu-vorm van het werkwoord suru. Dit laatste werkwoord is een werkwoord uit kenjougo 謙譲語, te vertalen als bescheiden taal, een vorm van beleefdheidstaal.
Ousensei 翁先生 (alt. 大先生): De titel waarmee beoefenaars van Aikido refereren naar Morihei Ueshiba ( 植芝 盛平), de grondlegger van Aikido. De titel betekent vrij vertaald "grote leraar".
Ryoukata-dori 両肩取り: Beide handen grijpen beide schouders.
Ryoute-dori 両手取り: Beide handen grijpen beide polsen.
Sankaku 三角Deze term betekent "driehoek" en wordt gebruikt in verschillende contexten in Aikido. Het gebruik gaat terug op het begrippentrio sankaku, maru, shikaku van Ousensei. Kan duiden op een driehoekige positie van de voeten en op het scherp inkomen bij bijvoorbeeld irimi.
Sankyou 三教: Betekent derde techniek, en is een beweging waarbij uke naar de grond begeleidt door middel van een torsie van de arm rond het elleboog- en/of schoudergewricht, waardoor er druk komt op de arm, elleboog en schouder.
Shikaku 四角: Deze term betekent "vierkant" en wordt gebruikt in verschillende Aikido-contexten. Het gebruik gaat terug op het begrippentrio sankaku, maru, shikaku van Ōsensei.
Shikkou 膝行: Voortschrijden op de knieën. (Lett: kniegang)
Shoshin 初心: Originele bedoeling (lett: beginnershart) - term uit het zenboeddhisme.
Shoumen'uchi 正面打ち: Zwaardhandslag naar het gezicht. (Lett. voorkantslag)
Soto 外: Buitenkant, tegenovergestelde van uchi 内.
Suwariwaza 座技: Zittende techniek, tegengestelde van tachiwaza立技 . 
Tachiwaza 立技: Rechtopstaande techniek, tegengestelde van suwariwaza 座技.
Tai sabaki 体捌き: Het hele lichaam bewegen om in een gunstige houding ten opzichte van de aanvaller te staan (lett. Lichaamscontrole). Een voorbeeld van tai sabaki is migi ashi mae sabaki (右足前捌き) waarbij men eerst met de rechtervoet een stap zet en vervolgens de linkervoet gaat bijtrekt terwijl men een beweging van 90° ten opzichte van uke maakt (zie tekening).
.


Tenkan 転換: Een pivoterende beweging van 180 graden waarbij  men naast het lichaam van uke draait zodat men met de neus naar de tegenovergestelde kant naast de aanvalslijn komt te staan. Letterlijk betekent het woord "omzetting". Tenkan is een van de zes elementaire ashi sabaki (足捌き) of voetenwerk (lett. voetcontrole lijkt hier wel een goede letterlijke vertaling te zijn). Zie irimi voor meer info.
Tori 取り: De tori is diegene die de techniek toepast die door uke wordt ondergaan.
Tsugiashi 次足: Letterlijk "volgende voet" of "volgvoet". Een schuivende stap waarbij de achterste voet de voorste volgt.
Uchi 内: Binnenkant, omgekeerde van soto 外.
Uchideshi 内弟子: Student die in de dojo verblijft.
Udekimenage 腕極め投げ: Worp waarbij de arm tot het uiterste wordt gerekt.
Uke 受け: De uke ondergaat de techniek die door de tori wordt toegepast.
Yokomen'uchi 横面打ち: Zijdelingse zwaardhandslag naar het gezicht.
Yonkyou 四教: Betekent vierde techniek, en is een schoudercontrole waarbij de onderarm van uke met beide handen wordt vastgenomen en deze door de ervaren druk naar de grond begeleid wordt. De pijn die uke hierbij kan ervaren wordt veroorzaakt doordat de radiale zenuw die doorheen de hele arm loopt tegen het bot van de onderarm wordt aangedrukt.

vrijdag 15 november 2013

Poem by Clara Haesaert

een kleine schok net onder de kin
dan het openklappen van de borstkas
het breken van het linkersleutelbeen

de bruine vlekken op de rug worden steeds groter
krijgen rode randen en branden nog steeds
onder de oksel begint het uitdrogingsproces

pols en enkel worden op peil gehouden
dat is het gevolg van de juiste verhouding
want er is meer dan het mengen van water en bloed

(From Bevoorrechte getuige (1986))




zondag 3 november 2013

Samson en Gert – Frituur Alberto – Een discoursanalyse.



Voor Marie VH
  
Gertje zit, letterlijk, met de handen in het haar. Hij moet heel veel rekenconfituren (dixit Samson) betalen en dat bezorgt hem aanzienlijke stress. De introductie van het moeten in dit korte introductiegesprek gebeurt bijna als een nuance, een ontologisch gevolg van het bestaan der rekeningen. De rekeningen zijn er en moeten daarom betaald worden. Over de ontstaansomstandigheden (heeft Gert misschien een gokverslaving?) van de rekeningen wordt slechts zeer summier gepraat: 

“Als je bijvoorbeeld een brood gaat kopen kan je dat onmiddellijk betalen, maar je kan ook wachten en het later betalen.”

Door te verwijzen naar een levensnoodzakelijke aankoop als een brood kopen wordt het kopen op krediet voor het kind gelegitimeerd. De kleine speech van Gert na de vragen van Samson lijkt een normatief criterium over betaling op krediet te impliceren:

“Je kan het natuurlijk niet normaal noemen dat je je brood niet onmiddellijk betaalt, maar soms moet het, maar dan moet je je brood natuurlijk later ook terugbetalen.”

Het lijkt natuurlijk onwaarschijnlijk, gezien de duidelijke middenklassepositie van Gert (hij heeft een huis, is bevriend met de burgemeester en heeft een uitstekend gecoiffeerde hond) dat hij alleen door het kopen van brood zo in de problemen is gekomen. Een andere uitspraak van Gert verraadt de oplossing voor het vraagstuk naar de oorzaak van zijn kredietschulden:

“We zullen weer veel kunnen sparen.”

De oplettende luisteraar en lezer heeft onmiddellijk gemerkt dat hier niet meer in termen van een “moeten”, van een normatief geladen plicht (haast een pleonasme, maar één dat noodzakelijk is om een plichtsmoraal van de emotieve soort uit te sluiten) wordt gesproken, maar wel in termen van een mogelijkheid, als een vorm van vrijheid. Het moeten zit altijd aan de kant van de betaler, maar door zijn vrijheid als potentiële spaarder wordt hij ook geculpabiliseerd: het is doordat hij te zwak is om veel te sparen dat hij in de problemen komt als consument en zijn schulden niet meer kan afbetalen. Het “kunnen” uit deze zin is dus evengoed een morele superimpositie vanwege een externe factor.

Maar wie is deze externe factor dan? In eerste instantie, natuurlijk, de schuldeiser, diegene die zeer bewust het geld heeft uitgeleend om in ruil voor zijn geduld er dan later rente op te krijgen. Maar de zin “we zullen weer veel kunnen sparen”, die een sleutelzin is van deze hele korte dialoog aan het begin van het antagoniserende drama dat zich zal ontplooien zegt nog veel meer. Er spreekt een zeker smachten uit, een haast taoïstische wens om niet meer te hoeven sparen. Maar bij nadere inspectie is er hier niets taoïstisch aan de gang: niet hoeven te sparen betekent immers gewoonweg meer kunnen consumeren. Gert deelt zichzelf als actor aldus in tweeën: een willend subject en een calculerende ratio.

De calculerende ratio gaat in tegen het willende subject en probeert dit te temperen tot matiging en berekening. Het is echter een ongelijke strijd, “we zullen weer veel kunnen sparen”, telkens opnieuw brengt het verlangen van het willende subject de gespleten actor in de problemen. De externe factor die de morele superimpositie doet is in tweede instantie dus helemaal geen externe factor maar wel een geëxternaliseerde propositie vanwege de interne calculerende ratio.

Ook Alberto Vermicelli heeft het moeilijk. Deze keer heeft hij echter geen ruzie gemaakt met zijn “mamma”, zoals Samson als zeer redelijke conjectuur te berde brengt. Alberto is het “beu om zo hard te moeten werken” en dat bezorgt hem een aanzienlijke portie stress. Hij moet soms wel drie klanten op een dag bedienen en hij verdient er niets (Sic!) aan. Dezelfde normatieve plicht (in de dubbele zin van plicht en het Engels "plight" of beproevend levenslot) van Gert wordt dus in meer emotionele bewoordingen opnieuw gebracht door Alberto. Op dit punt in het drama begint het contrast van Alberto met de veel redelijkere, ofte de meer zichzelf onderdrukkende, Gert te spelen. Gert wordt ongelukkig door de rekeningen en de onzekerheid die deze met zich meebrengen, maar Alberto heeft redenen die minder uit het rationeel calculerende deel van de gespleten actor komen. Hij is vooral ongelukkig omdat anderen met wie hij zich identificeert met hele dure auto’s rijden maar hij er geen kan betalen. Gert tracht meteen het universele karakter van de uitspraak van Alberto te falsificeren: "niet iedereen rijdt met een dure auto, Joop, de buurman, rijdt bijvoorbeeld maar met een fietsje".

Maar Alberto is duidelijk niet geïnteresseerd in wetenschappelijke argumenten of inductieve logica en hij wenst zich niet te vergelijken met Joop. Hij grijpt naar Jean-Louis Michel, de nouveau riche bard van het dorp en naar diens dure sportwagen. Gert, die zich meer en meer als de spreekbuis van het ideale protestantse arbeidsethos poneert verklaart waarom Jean-Louis Michel een mooiere auto heeft: “Hij is een zanger”. Hiermee benadrukt hij dat verdienste en talent het levensgeluk dat anderen hebben legitimeren, en impliciet ook de armoede die zijzelf hebben. Alberto gaat niet de universele waarheid  van deze propositie in, maar hij betwijfelt de premissen van de conclusie door te beweren dat Jean-Louis Michel geen talent heeft en “belachelijke teksten” schrijft en dat hij dus helemaal geen succes verdient. Hijzelf zingt naar eigen zeggen alleen “mooie dingen”, en hij brengt daarop een behoorlijk larmoyante versie van het operalied “non ti scordar di me” (“Vergeet me niet”) voor Samson, die zich de pleuris schrikt.

Hij redt zijn eigenwaarde, in het gevaar gebracht door een aanhoudend tekort aan succes, door te verwijzen naar de domheid en slechte smaak van iedereen die zijn muzikale oeuvre niet kunnen smaken en er geen plaatjes van willen maken. We zien hier aldus de calculerende ratio en het willende subject, gepersonifieerd in respectievelijk Gert en Alberto een tweespraak houden.

Uiteindelijk komen de twisters bij elkaar door te focussen op het gemeenschappelijke doel dat ze nastreven: het verwerven van meer kapitaal. Dat de één het wil gebruiken om zich zeker te stellen tegen toekomstige schulden en de ander voor het verwerven van statussymbolen is op dit punt bijkomstig. (Gert is trouwens ook maar een mens, en in die zin vatbaar voor verlangens. Later in het fragment komt het willende subject van Gert op de voorgrond als hij een grote auto wil kunnen kopen om indruk te maken op Marlene(ke), het in de reeks immer terugkerende archetype van de afwezige seksuele drijfveer.) De kapitalistische strijd voor een plaats aan de top van de voedselpiramide wordt in de uitkomst van de hierboven beschreven dialoog voorgesteld als een solidaire strijd van tijdelijke aard. Meningsverschillen dienen opzij gezet te worden om succes te krijgen en zichzelf een plaats te verwerven in de pikorde van de grote hanen: 

“En als we hier iets vinden dan doen Samson en ik mee, samen met zijn drietjes, en dan kunnen we al die rekeningen hier betalen.”

Creativiteit en solidariteit staan in het teken van het dienen van een collectief gedeeld eigenbelang. Het is van belang om erop te wijzen dat de aanzet die hier gegeven wordt tot een klassenstrijd slechts van tijdelijke aard is en wordt niet gedragen door een gemeenschappelijk besef van de eeuwige strijd om het bestaan die individuen verbindt en hen loodrecht tegenover de onderdrukker plaatst. Samson, Gert en Alberto willen zelf de dominantie verwerven, en dus onderdrukkers worden. Er is geen sprake van klassenstrijd, maar wel van klassenvlucht. Onzekerheid en de psychologische druk van opwaartse sociale vergelijkingen opheffen kan in hun gedeelde visie slechts door macht te verwerven.

Het denkproces begint en met tegenzin houden onze twee protagonisten plus de wat dommige Samson op de sofa een woordeloze brainstorm. Met lange gezichten zitten ze in het ijle te staren. 

“Denken is niet leuk”, zegt de hele scene. Nadenken over de voorwaarden en mogelijkheden van het eigen bestaan is immers maar een middel, een manier om je doelen te bereiken en aan de maatschappelijke plichten van het betalen van rekeningen en het met grote auto’s rijden te kunnen voldoen. Nadenken heeft aldus geen waarde op zichzelf en is een kwelling en een noodzakelijk kwaad.

Het veelvuldige telefonische leuren van de opdringerige commerçant Fred Kroket brengt de verlossing uit het denkcorvee. “De mensen moeten toch altijd eten”, merkt Alberto Vermicelli nogal onnozel op, “en een frituur draait altijd”. “Dat is het!”, klinkt het in unisono. De voor de hand liggende manier voor middenklassers om hun status te verhogen is om gebruik te maken van de ultieme vrijheid die ze hebben: het hypothekeren van hun zekerheden om meer zekerheden te verwerven. Men gaat zichzelf haast opheffen om zichzelf met meer kracht te gaan poneren. Ook nog: bij een gebrek aan echt talent (dat altijd in termen van het romantische creatief scheppende genie wordt gesteld) kan risico's nemen een belangrijke compensatie vormen. “Men moet meer geld lenen om meer geld te verwerven”, luidt de logica, die in de eerste plaats natuurlijk de belangen van de geldverlenende klasse dient en niet weinigen van de middenklasse over de Styx naar de onderklasse leidt.

  De eerste kiemen voor het opheffen van de tijdelijke solidariteit worden meteen gelegd: Alberto wil de frituur zijn naam geven maar hij wil wel ook gebruik maken van het huiseigenaarschap van Gert. 
Dit staat Gert duidelijk niet aan en hij zoekt naar argumenten om zijn dominantie in de nieuwe onderneming te herstellen.  Et sic tragoedia incipit!

Het eeuwige thema van Samson en Gert is, zoals de trouwe kijker weet, de egoïstische strijd en het hervinden van een sociaal evenwicht door een beroep te doen op gezond verstand en het intrinsiek onaantastbare karakter van vriendschapsbanden boven alle andere pragmatische vormen van handelen. Ontroerend en nobel als de personages dan wel mogen zijn, hun capitulatie aan belangrijke, persoonlijke waarden en het verzaken van de plichten van de meritocratische maatschappij veroorzaken een voortdurend resetten tot de initiële heikele situatie waarin Samson en Gert zich aan het begin van elke aflevering bevinden: ze zijn en blijven verliezers. Ze zijn weliswaar aimabele verliezers (nog een pleonasme?), maar geen winnaars desalniettemin.

Gert vindt uiteindelijk een argument voor het herstel van zijn dominantie in de vorm van een andere plicht die hij te vervullen heeft, namelijk de brieven van kinderen voorlezen. Hiermee eindigt het eerste deel van het narratief over frituur Alberto en begint de, vanuit analytisch oogpunt veel minder interessante, strijd tussen Gert en Alberto, met de eeuwige underdog Samson en zijn dwaze tranen als verzoenend middel in de harde strijd voor erkenning en kapitalistische dominantie.

vrijdag 25 oktober 2013

Happy End - Taifu (颱風 ) (Lyrics+ romaji + translation)


辺は俄かにかき曇り
(Atari wa niwakani kakikumori)
The surroundings have suddenly become overcast,
窓の簾を冷たい風が
(Mado no sudare wo tsumetai kaze ga)
The cold wind makes the blinds of the window,
ぐらぐらゆさぶる
(Guragura yusaburu)
Swing uncontrollably,                         
正午のてれびじょんの天気予報が
(Shougou no terebijon no tenkiyohou ga)
The noon weather forecast on television,
台風第二十三号の
(Taifu dai nijuusango no)
Informs us that the 23rd typhoon,
接近を知らせる
(Sekkin wo shiraseru)
Is drawing nearer,
空を鼠色の雲が 
(Sora wo nezumiiro no kumo ga)
The gray clouds of the sky,
迅く迅く迅く迅くはしり 風は
(Hayaku hayaku hayaku hayaku hashiri kaze ha)
The quickly quickly quickly running wind,
どんどんどんどんふいてくる
(Don don don don fuitekuru)
Is coming to whistle boomingly “don don don don”,
台風 台風
(Taifu taifu)
Typhoon typhoon,
どどどどどっどー
(Do do do do doddou)
Bam bam bam,
どどどどどっどーみんな吹きとばす
(Do do do do doddou minna fukitobasu)
Bam bam bam, everybody is blown away,
街はしーんと闇くなり
(Machi ha shiin to  kuraku nari)
The town has become quiet and dark,
樋からあふれ落ちた水は道の真ん中を
(Toi kara afure ochita mizu ha michi no mannaka wo)
From the gutter the water that has fell down and flooded,
我物顔ですべる
(wagamonokao de suberu)
Is flowing in the middle of the road like it owns the place,
地面でぴしぴしとびはねる
(Jimen de pishi pishi tobihaneru)
It’s hopping around on the ground, making “pishi pishi” sounds,
雨は天の投げ飛礫
(Ame ha ten no nagetsubute)
The rain is a stone throw of heaven,
地上の洗濯に
(Chijou no sentaku ni)
Above the washed surface,
風と雨粒は我武者羅にそこら一面
(Kaze to amatsubu ha gamashara ni  sokora ichimen)
The wind and the raindrops recklessly over there on one side,
ぐるぐるぐるぐる踊りまわる
(Guru guru guru odorimawaru)
Are dancing around and around and around,
台風 台風
(Taifu taifu)
Typhoon typhoon,
どどどどどっどー
(Do do do do doddou)
Bam bam bam,
どどどどどっどーみんな吹きとばす
(Do do do do doddou minna fukitobasu)
Bam bam bam, everybody is blown away.

zondag 29 september 2013

Hitoribocchi no futari - Sakamoto Kyu/一人ぼっちの二人- 坂本九



しあわせは僕のもの 僕達二人のもの
Ik ben gelukkig met wat ik heb.  Met de dingen van ons allebei. 
だから二人で 手をつなごう
Laten we dus ons beide handen vastbinden.
愛されているのに さびしい僕
Hoewel er van me gehouden wordt ben ik eenzaam.
愛しているのに 悲しい僕
Hoewel ik liefheb ben ik ongelukkig.
一人ぼっちの二人
Een eenzaam duo.
しあわせな朝がきたように
De vrolijke ochtend komt zoals
悲しい夜が来る時がある
Wanneer de triestige avond komt.
その時のために 手をつなごう
Laat ons omwille van die tijd onze handen binden.
愛されているのに さびしい僕
Hoewel er van me gehouden wordt ben ik eenzaam.
愛しているのに 悲しい僕
Hoewel ik liefheb ben ik ongelukkig.
一人ぼっちの二人
Een eenzaam duo.
楽しげな 笑顔もいつかは
Af en toe is er een gelukzalige glimlach
涙がキラリと 光るもの
De tranen glinsteren.
誰もがみんなで 手をつなごう
Eender wie bindt met iedereen zijn handen samen.
愛されているのに さびしい僕
Hoewel er van me gehouden wordt ben ik eenzaam.
愛しているのに 悲しい僕
Hoewel  ik liefheb ben ik droevig.
一人ぼっちの二人
Een eenzaam duo.